11. Sneeuw voor Glitterfraai en Zilverschoon

Glitterfraai

De wereld is prachtig wit.
Sneeuw.
Dwarrelt uit de wolken waar het in zit.

Sneeuwschoenen en wanten.
Koud.
Glitterfraai ziet de sneeuw aan allen kanten.

Overal sneeuw om mee te gooien.
Wit.
Op de weg gaan ze zout strooien.

Een bal door de sneeuw rollen.
Sneeuwbal.
Met sneeuw kun je met elkaar dollen.

Twee ballen op elkaar zetten.
Sneeuwpop.
Glitterfraai moet goed opletten.

Een wortel als neus.
Bezem.
Knopen, een sjaal en een hoed staan hem heus.

‘Zilverschoon, wil jij met mij mee op pad?’
Slee.
‘Het is lekker glad.’

Glitterfraai stampt, rent en valt op haar bil.
Glijden.
Ze ligt in de sneeuw heel stil.

Zilverschoon en Glitterfraai moeten naar  binnen gaan.
Opwarmen.
Mama heeft warme chocolademelk klaarstaan.

Buiten is het koud en wit.
Sneeuwdeken.
Omdat er een sneeuwlaagje overheen zit.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s